MYXOMATOSE
Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus. (het myxomavirus, een virus behorend tot de groep van de pokkenvirussen)
Myxomatose wordt met name veroorzaakt door stekende insecten zoals vlooien, muggen, mijten en vliegen.
Als het insect het konijn bijt, komt er een klein beetje levend virus in de huid van het konijn.
Binnen een paar dagen verspreidt het virus zich naar de lymfeklier en vandaar via het bloed naar andere plekken in het lichaam.
Symptomen
De tijd tussen besmetting en eerste symptomen (de incubatietijd) varieert van enkele dagen tot 2 weken.
De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen aan het hoofd en de snuit.
Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen.
Binnen één a twee dagen kunnen deze zwellingen zo erg worden dat ze blindheid veroorzaken en er een misvorming ontstaat van snuit, oren en neus.
Ook kunnen er knobbels in de huid ontstaan de zogeheten Myxomen.
Als er ook nog sprake is van een longontsteking overlijdt het konijn vrij snel.
Therapie
Indien de ziekte optreedt is de enige therapie het konijn zo goed mogelijk verzorgen.
Zorg dat het konijn blijft eten, ga het eventueel dwangvoeren. Bestrijd de bijkomende bacteriële infecties met antibioticum en oogzalf. Geef het konijn pijnstillers en zorg voor een goede warme huisvesting. Het kan weken tot maanden duren voordat het konijn volledig is genezen.
Houd er rekening mee dat een konijn met Myxomatose slechts 15-20% kans heeft om deze ziekte te overleven.
Hoe kunt u uw konijn beschermen tegen myxomatose?
Probeer insecten te weren uit de hokken door het gebruik van horren of fijnmazig gaas.
Bestrijd vlooien met behulp van advantage of stronghold. Voorkom contact met egels, katten en honden, die kunnen vlooien overbrengen als ze zelf niet behandeld zijn.
Zorg voor een goede hygiëne. Zeker als u meerdere konijnen in verschillende hokken heeft.
Probeer zieke konijnen apart te zetten. U kunt ze beter in de gaten houden en er is minder kans op besmetting.
Vaccineer uw konijn preventief 2x per jaar.
Vaccineren
Omdat Myxomatose bijna niet te genezen is, is het belangrijkste om de ziekte te voorkomen middels vaccineren.
De ziekte komt in Nederland meestal in de zomer en nazomer voor.
Aangezien de vaccinatie dus niet een heel jaar beschermt, adviseren wij konijnen die meer risico lopen (u woont bijvoorbeeld in de buurt van stilstaand water (meer muggen) of er is net een uitbraak van myxomatose in het wilde konijnen bestand) 2x te enten.
De 1e vaccinatie in april en de 2e in september.
Konijnen mogen geënt worden vanaf 1 maand leeftijd. Dwergkonijntjes vanaf 3 maanden.
Na de vaccinatie kan er een verdikking ontstaan op de plaats van inenting. Dit is een lokale reactie en moet na een paar weken weer verdwijnen.
Zo niet of het konijn is niet lekker, maak dan even een afspraak ter controle op de praktijk.
VHS
VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom) is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke verlopende ziekte veroorzaakt door een calicivirus.
De ziekte verspreidt zich via direct contact tussen konijnen, maar ook via mest, insecten zoals vliegen en besmet materiaal ( het hok, drinkflesjes etc.)
Symptomen
Het VHS virus is besmettelijk voor konijnen vanaf 8 weken leeftijd. Na een incubatietijd van 1-3 dagen kunnen de eerste symptomen optreden. Het konijn wordt depressief, eet niet meer, raakt benauwd, krijgt koorts, schreeuwt en tandenknarst. In het laatste stadium van de ziekte zie je schuimige, bloederige neusuitvloeiing.
Meestal sterft het konijn daarna snel aan de bloedingen in het lichaam. De bloedingen zie je vooral in het darmkanaal.
Aan deze bloedingen dankt de ziekte zijn naam (haemorrhagisch betekent bloed).
Een enkele keer verloopt het ziekteproces zo snel dat het konijn acuut overlijdt zonder dat het typische beeld van de bloedingen is opgetreden.
Therapie
Er bestaat geen therapie voor VHS. Als het konijn ziek is dan kan het alleen symptomatisch behandeld worden.
Door warmte, vochtinfusen, pijnstillers en vitamines kan geprobeerd worden het konijn te ondersteunen tijdens zijn herstel, maar in bijna alle gevallen verloopt de ziekte dodelijk.
Hoe kunt u uw konijn beschermen tegen VHS?
Hygiëne: zorg voor schone hokken en voerbakjes. Pluk geen gras op plaatsen waar ook wilde konijnen komen.
Als u een konijn heeft dat besmet is met VHS, bescherm dan uw andere konijnen door goed op de hygiëne te letten. Zet het zieke konijn apart en houdt ook de voer- en drinkbakjes gescheiden.
Vaccinatie: de 1e vaccinatie, de beste bescherming, mag vanaf 8 weken leeftijd worden gegeven.
Zeven dagen na de vaccinatie is het konijn goed beschermd tegen VHS. Deze bescherming houdt 1 jaar aan.
Één keer per jaar vaccineren tegen VHS is voldoende voor gewone konijnen.
Voor konijnen opvang adressen adviseren wij 2x per jaar alle konijnen te enten.



TORTICOLLIS
Torticollis is een kramp van de cervicale wervelkolom waardoor de kop naar een kant wordt gedraaid. Andere namen zijn "scheve kopziekte"en "draainek".
Symptomen
Door deze ziekte staat het hoofd van het konijn opzij gedraaid. Vaak rolt het konijn om door gebrek aan evenwicht, of loopt rondjes, en bewegen de ogen snel van links naar rechts of van boven naar beneden (nystagmus). In ernstige gevallen raakt het konijn volkomen gedesoriënteerd en kan niet meer lopen
Oorzaken
1.- Encephalitozoon Cuniculi (meest voorkomende): deze protozoa (parasiet) tast zenuwcellen aan. Het nestelt zich in de hersenen, het evenwichtsorgaan en in het ruggemerg. Het geeft een ontstekingsreactie die de neurologische verschijnselen (torticollis) veroorzaakt.*
E.cuniculi wordt overgedragen tussen konijnen onderling via de urine of van moeder op kind al in de baarmoeder. Ziekte wordt vaker gezien bij wat oudere konijnen. Vaak is er achteraf wel een stress moment aan te wijzen (bijvoorbeeld een operatie, andere ziekte of verhuizing) waarna de symptomen begonnen zijn.
2.- Otitis media (= een middenoorontsteking): kan ontstaan via een infectie in de luchtwegen, via het bloed, of door een oormijtbesmetting/buitenoorontsteking.
3.- Andere oorzaken: meningitis/encefalitis, trauma, tumor...
*E. cuniculi tast op een aantal plaatsen de zenuwcellen aan waardoor het verschillende symptomen kan veroorzaken afhankelijk van de locatie:
1. Hersenen: zorgt voor de scheve kopstand, trillen met de kop en de ogen, omvallen en rollen om de lengteas en eventueel epileptiforme aanvallen.
2. Ruggenmerg: slepen met de achterhand of zelfs een verlamde achterhand.
3. Nieren: veel drinken en plassen.
4.- Blaas: aantasting van de blaaszenuwen geeft incontinentie en daardoor ontstekingen van de huid van de achterhand (urineus ecceem).
Behandeling
- Tegen E. cuniculi gebruiken we Panacur.
- Injecties dexamethason om de zwelling en ontsteking af te remmen.
- Ev. vitamine B injecties om de zenuwcellen te herstellen.
- Antibiotica om een eventuele bacteriele ontsteking in het middenoor te bestrijden.


SAS (Secundair Atonie Syndroom)
Inleiding
Veel factoren (onder andere pijn, stress, voedingsafwijkingen...) zorgen ervoor dat het konijn minder gaat eten. Hierdoor bereiken minder vezels het maagdarmkanaal waardoor de darmen minder actief worden, en zelfs stil komen te liggen. Dit is een levensbedreigende situatie die men het Secundair Atonie Syndroom (SAS) noemt.
Vandaar dat het belangrijk is niet te lang wachten met diergeneeskundige hulp mocht een konijn stoppen met eten.
Oorzaken
1.- Pijn: bekende problemen voor het ontstaan van SAS zijn kies- en tandproblemen. Vooral haken op de kiezen en scheve, te lange snijtanden geven problemen. Daarnaast geven alle andere vormen van pijn aanleiding tot SAS.
2.- Stress: kan ontstaan als gevolg van ziekte, onrust, te weinig beweging krijgen, overlijden van een kameraadje, schrikken, ongeschikte huisvesting, eenzaamheid, slecht eten.
3.- Voedingsafwijkingen: vaak komt dit neer op een tekort aan vezels (hooi) en/of een teveel aan korrelvoer.
Al deze oorzaken kunnen een vertraagde beweging van het maagdarmkanaal geven (de vertaling van het woord atonie ), waarna er extra gasvorming ontstaat met indroging van het voedsel in maag en/of darmen.
Het darmkanaal komt stil te liggen en er ontstaat SAS. Het gevolg is gasvorming. Dit gas kan niet weg. Dit geeft pijn en stress.
Het is belangrijk om te zoeken naar een oorzaak (al is deze niet altijd te vinden).
Onderzoek zoals röntgen, bek-inspektie, etc is vaak nodig om een oorzaak te vinden.
Behalve het vinden van de oorzaak, is het even belangrijk om de vicieuze cirkel te doorbreken.
Symtomen
- Niet willen eten.
- De keutels veranderen van grootte en worden kleiner en donkerder.
- De buik kan opbollen vanwege gasvorming in maag en/of darmen.
- Het dier kruipt in een hoekje en beweegt niet.
Behandeling
Deze is gebaseerd op het herstellen van de maagdarmbewegingen, het aanvullen van de hoeveelheid vocht bij uitdroging en het wegnemen van de pijn.
Uiteraard moet er gezocht worden naar de primaire oorzaak van het probleem en die behandelen (bv. gebitsproblemen). Maar vaak kan dit pas op het moment dat de gezondheid van het dier stabieler is.
Het konijn MOET weer gaan eten. Het vezel- en energietekort moet zo snel mogelijk opgeheven worden door het geven van vloeibaar voedsel. We noemen dit dwangvoeren omdat het konijn gedwongen moet worden te eten.
Hoe vaak? 4-6x daags en ong. 10 - 15ml/kg). Blijf hierbij ook altijd gewoon water en voer aanbieden.
Verder kunnen er medicijnen meegegeven worden, zoals metoclopramide of cisapride (om de motiliteit van de darmen te stimuleren) en pijnstillers.
Daarbij kunt u uw konijn in de verzorging wat extra bieden, door stress (onrust) te voorkomen, en voor een lekker warm ziekbed te zorgen.
Zieke cavia’s hebben veel Vitamine C nodig. Wij adviseren om bij ziekte minstens 50 mg Vit.C in druppels of (vermalen) tabletten door het dwangvoer te mengen.
Stop niet te snel met de behandeling. Het dwangvoeren volhouden totdat het konijn weer zelfstandig eet en normale keutels produceert.
Preventie
Om te voorkomen dat een konijn weer opnieuw in de problemen komt moet u aan het volgende denken:
- Geef altijd onbeperkt, vers hooi. Ruwvezels zijn van vitaal belang in het hele functioneren van het konijn.
- Onbeperkt vers drinkwater
- Voorkom stress en geef uw konijn regelmatig beweging.
- Voorkom dat uw konijn kan selecteren. Geef dus bij voorkeur geen gemengd maar een pellet voeding.
- Geef geen lof en kool soorten.
Denk eraan, konijnen zijn prooidieren. Als zij laten merken dat ze ziek zijn, worden ze gevangen. Zij laten dus pas merken dat er iets mankeert als het bijna te laat is. Een konijn dat een dag niet eet is een spoedpatient.
Baarmoederkanker bij het konijn
Het uterusadenocarcinoom is de meest voorkomende tumor bij het vrouwelijk konijn.
Of een voedster wel of niet een nestje heeft gehad speelt geen rol.
De belangrijkste factor bij de ontwikkeling van deze tumoren is leeftijd; naarmate het dier ouder wordt verandert het slijmvlies van de baarmoeder en ontwikkelt zich kanker.
Maarliefst 50-80% van de voedsters ouder dan 4 jaar kan aan deze vorm van kanker gaan lijden.
Bepaalde rassen zouden gevoeliger zijn (Tan, Havanna, Hollander) maar hier is nog niet veel over bekend.
Het uterusadenocarcinoom is een kwaadaardig type.
De tumor groeit zeer langzaam. Uitbreiding kan al in een vroeg stadium optreden naar aangrenzende organen in de buikholte. Ook via de bloedbaan zijn uitzaaiingen mogelijk naar longen, lever, soms hersenen en botten binnen 1 tot 2 jaar.
Eerste verschijnselen zijn bloed bij urine en/of bloederige vaginale uitvloeiing.
In een later stadium treedt lusteloosheid , verminderde eetlust, vermagering, en -in geval van uitzaaiingen- benauwdheid en vocht in de buik op.
De diagnose kan middels lichamelijk onderzoek worden gesteld: de tumor is vaak goed te voelen in de buik. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit het maken va röntgenfoto’s, en/of een echo van de buik.
Als de tumor in een vroeg stadium wordt gevonden, zonder uitzaaiingen, is chirurgie noodzakelijk. De baarmoeder zal dan in zijn geheel met de eierstokken worden verwijderd.
Zijn er wel uitzaaiingen dan is de prognose helaas somber.
Preventie
Preventie is de sleutel tot beperking van deze ziekte!
Wij raden dan ook aan konijnen, waar niet mee gefokt wordt, te steriliseren vóór een leeftijd van 2 jaar.
De optimale leeftijd voor sterilisatie is 7 maanden.
Operatietechnisch is het op die leeftijd gunstig omdat er nog niet veel vet in de buikholte aanwezig is, bovendien is het herstel na operatie vlotter dan op latere leeftijd.
Bij sterilisatie zullen eierstokken en baarmoeder worden verwijderd (buikoperatie).
Andere voordelen van sterilisatie zijn het voorkomen van ongewenste dracht, voorkomen van hormonale problemen zoals cystes op de eierstok, schijndracht, sproeien en agressie.