Nieraandoeningen bij huisdieren: chronische nierinsufficiëntie
Inleiding
De nieren zijn de “filters” van het lichaam. Ze zijn de voornaamste organen voor het verwijderen van afvalstoffen en producten afkomstig van de stofwisseling. Nieren spelen daarnaast ook een rol bij de aanmaak van rode bloedcellen en natuurlijk bij de water- en mineralenhuishouding.
Als het nierweefsel is aangetast, valt een deel van de nierfilters met bijbehorende nierbuisjes uit. De overgebleven nierfilters gaan extra hard werken om de taken over te nemen.
Dit lukt in eerste instantie meestal goed. Pas als er te weinig gezond weefsel over is om de taken te vervullen, kunnen de nieren het niet meer bolwerken. Belangrijk is het om te weten dat uw huisdier pas verschijnselen gaat vertonen wanneer meer dan 75% van de niercellen is aangetast.
Vroege diagnose is erg belangrijk voor de behandelingsstrategie. Hoe eerder gestart kan worden met een behandeling, hoe beter de levenskwaliteit.
Symptomen
De symptomen beginnen meestal heel discreet met wat meer drinken dan normaal en de vacht die niet meer zo mooi glimt.
In een later stadium begint het dier meer te drinken (polydipsie) en meer te plassen (polyurie) dan normaal.
Een deel van de klachten is het gevolg van het circuleren van een bepaalde gifstof in het bloed, het zogenaamde ureum.
Een verhoogd ureum veroorzaakt de volgende symptomen
·een misselijkmakend gevoel en daardoor een slechte eetlust, met vermageren als gevolg
·een ontsteking van het maag- en darmslijmvlies, en daardoor braken
·zweren en ontstekingen in de bek. Er onstaat ook een afwijkende geur. Dit laatste omdat bacteriën in de mond ureum in ammoniak omzetten.
Diagnose
De diagnose van chronische nierinsufficiëntie is gemakkelijk te stellen.
Aan de hand van de symptomen hebben we al een duidelijk vermoeden. Een bloed- en urineonderzoek geven ons uiteindelijk uitsluitsel.
- Bloed:
We bepalen 2 stofjes in het bloed: creatinine en ureum.
Als die in het bloed gestegen zijn, is het heel indicatief voor een verminderde functie van de nieren.
- Urine:
Bij het urineonderzoek gaan we vooral het soortelijk gewicht (de concentratie) van de urine bepalen. Een gezonde dier kan gemakkelijk urine produceren met een soortelijk gewicht hoger dan 1.020 (het soortelijk gewicht van water is 1.000) Als het soortelijk gewicht van de urine daalt dan wil dit zeggen dat de nieren onvoldoende vermogen hebben om te concentreren en dat de afvalstoffen niet voldoende worden uitgescheiden maar achterblijven in het bloed.
Behandeling
Als de diagnose is gesteld dan is uw huisdier voor de rest van zijn leven nierpatiënt.
Chronische nierinsufficiëntie is namelijk niet te genezen.
Er is echter wel goed mee te leven door een aangepast dieet en de juiste medicijnen.
Het allerbelangrijkste is het dieet.
Dit moet een eiwit- en fosforarm dieet zijn omdat anders de nieren extra belast worden.
Soms zijn er medicijnen nodig die de bloeddruk verlagen en daardoor de nierdoorbloeding verbeteren.
Op die manier verlagen ze het eiwitverlies in de urine.
Tevens bestaan er medicijnen tegen braken en om de eetlust te verhogen.
Als een kat erg ziek is, niet eet en erg hoge nierwaarden heeft is het nodig om d.m.v. infuustherapie het lichaam te spoelen.
Zo wordt ook de eventuele uitdroging gecorrigeerd.
Een echte dialyse is anno 2009 nog geen optie.
Niertransplantaties zoals bij mensen worden in Nederland als niet ethisch verantwoord gezien en worden alleen op beperkte schaal in de U.S.A. uitgevoerd onder strikte voorwaarden.
Preventie
Echt voorkomen kunnen we de ziekte niet voor zover we nu weten.
Mocht u opmerken dat uw huisdier meer drinkt dan normaal dan is het verstandig een bloed- en urineonderzoek te laten doen.
Een aangepast seniorendieet is zeker aan te raden bij onze bejaarde huisdieren.
Helaas is een chronische nierinsufficiëntie in tegenstelling tot een acuut nierprobleem een onomkeerbare ziekte waarbij het verlies van nierfunctie progressief verloopt.


Syndroom van Cushing
Introductie
Het syndroom van Cushing is een aandoening bij de hond waarbij de bijnier teveel cortisol produceert. Het komt regelmatig voor bij honden en is zeldzaam bij de kat..
Oorzaak
Cortisol wordt gemaakt in de bijnieren. Dit zijn 2 kleine klieren die, zoals de naam al zegt, bij de nieren liggen. De productie en afgifte van cortisol door de bijnieren wordt gecontroleerd door het hormoon ACTH. Dit hormoon wordt weer geproduceerd in de hypofyse, een kleine klier aan de onderzijde van de hersenen.
Gewoonlijk wordt cortisol tijdelijk door het lichaam aangemaakt in stresssituaties. Bij dieren met de ziekte van Cushing wordt er continu een overmaat aan cortisol gemaakt. Dit kan 2 oorzaken hebben:
1.- een tumor van de hypofyse (in 95% van de gevallen van ziekte van Cushing).
2.- een tumor van de bijnier (ongeveer 5% van de gevallen).
Symptomen
• Veel drinken en plassen
• Veel eten
• Een gezwollen buik (door vergrote lever en vocht vasthouden)
• Dunne huid met kaalheid, vooral in de flanken en soms kleurverandering
van de vacht en een enkele keer kalkafzettingen in de huid
• Spierverzwakking (spieratrofie)
• Verminderd uithoudingsvermogen.
Diagnose
Laboratoriumonderzoek is belangrijk voor het stellen van de diagnose van de ziekte van Cushing. Maar daarbij is het belangrijk dat sommige van de symptomen die hierboven zijn genoemd ook aanwezig zijn. Een bloed- en/of urine-onderzoek kan namelijk wel eens waarden opleveren die lijken te passen bij de ziekte van Cushing, maar ook op andere aandoeningen kunnen wijzen.
• Bloedonderzoek
Bij het bloedonderzoek zien we o.a. dat bepaalde enzymen sterk verhoogd zijn. Op grond hiervan kunnen we nog niet de diagnose stellen maar we hebben een aanwijzing.
• Urineonderzoek
Met behulp van urinetesten kan de diagnose worden gesteld. Meteen proberen we daarmee onderscheid te maken tussen een hypofyse-afhankelijke en een bijnier-afhankelijke Cushing. Hiervoor wordt op 3 achtereenvolgende ochtenden urine opgevangen. In deze urinemonsters wordt in het laboratorium het cortisol-gehalte bepaald. Wanneer dit te hoog is in verhouding tot een andere stof in de urine (kreatinine) is er sprake van Cushing.
Behandeling
- Operatief
Wanneer het syndroom van Cushing veroorzaakt wordt door een tumor aan de bijnieren dan kan de aangetaste bijnier operatief worden verwijderd.
Een hypofyse tumor kan ook operatief worden verwijderd. Daarvoor moet vooraf een MRI/CT-scan worden gemaakt.
Bij de keuze voor een operatie spelen o.a. de levensverwachting van de hond, eventuele bijkomende ziekten en de financiële positie van de eigenaar een belangrijke rol. Uw dierenarts zal dit met u bespreken
- Medicamenteuze behandeling
Het medicijn Trilostane verhindert in de bijnier het aanmaken van cortisol en daarmee de hierboven genoemde symptomen. Een eventuele oorzaak (tumor in hypofyse of bijnier) verdwijnt hiermee natuurlijk niet!
Bij het gebruik van trilostane worden de symptomen meestal binnen 2 weken minder. Het duurt wel enkele maanden voordat er nieuwe haargroei is. Het is wel goed om te beseffen dat dit geen volledig genezend middel is. Echter, bij een succesvolle behandeling wordt het leven langdurig verlengd met behoud van kwaliteit van leven.


Epilepsie
Introductie
Epilepsie is het herhaald optreden van toevallen, waarbij de patiënt zich abnormaal gedraagt. Epilepsie wordt bij de hond regelmatig gediagnosticeerd.
Bij epilepsie kunnen elektrische signalen, die normaal voorkomen en automatisch in goede banen worden geleid, zich versterkt over de hersenen uitbreiden, waardoor in het lichaam een epileptische aanval ontstaat.
Bij honden de meest voorkomende aanvallen zijn generaliseerde aanvallen, ook wel grand mal genoemd. Deze aanvallen bestaan uit twee fasen: de tonic en de clonic fase. De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam. Soms stopt ook de ademhaling. Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden. De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten (het zogenaamde 'fietsen'). Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen en kan er speekselen optreden. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.
Symtomen
De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen.
De prodrome is de beginfase voor de werkelijke aanval. Hierin treedt een bewustzijnsverandering op. De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag. Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken. Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien. De prodrome kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden.
De ictus is de werkelijke aanval. De hond valt om, verstijfd, gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige bewegingen met de poten optreden (“fietsen”).De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.
De postictale fase is de periode na de aanval. De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt. Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen.De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren.
Buiten de genoemde soorten aanvallen, zijn er een tweetal bijzondere vormen van een gegeneraliseerde aanval, waar extra aandacht aan besteed moet worden:
Clustering
Dit is wanneer een hond meerdere aanvallen op een dag heeft (met een tussentijd die kan variëren van enkele minuten tot enkele uren), waarvan hij tussentijds voldoende herstelt. U dient uw dierenarts hiervan op de hoogte te stellen, aangezien een cluster vaak niet vanzelf stopt, maar met medicijnen doorbroken moet worden.
Status epilepticus
Hierbij is sprake van een aanval, die langer dan enkele minuten duurt, waarbij de hond niet of nauwelijks bij bewustzijn komt en er geen duidelijke post-ictale fase optreedt. Elke aanval wordt gevolgd door een nieuwe, waardoor de aanvallen eindeloos door kunnen gaan.
Indien u vermoedt dat uw hond in een status epilepticus verkeert, dan dient u met spoed diergeneeskundige hulp in te roepen. Bij niet tijdig ingrijpen kunnen er complicaties optreden die het leven van uw hond in gevaar brengen!
Typen epilepsie
A.- Primaire epilepsie:
Ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd. De 1e aanval vindt meestal plaats tussen de 6e maand en het 5e levensjaar. Sommige honden hebben slechts een eenmalige aanval, meestal echter volgt een tweede aanval. Bij het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek worden geen afwijkingen gevonden.
B.- Secundaire epilepsie:
Hierbij kan wel een lichamelijke oorzaak gevonden worden
De meestvoorkomende oorzaken voor secundaire epilepsie zijn:
- Hepato-encefalopathie: treedt vaak op bij hele jonge honden (<1 jaar) of oude honden (>6 jaar).
- Hersentumoren: vaak kan alleen middels een hersenscan (CT-scan) worden aangetoond of er sprake is van zo'n tumor.
- Hypoglycemie, ofwel een te laag bloedsuikergehalte. Doordat de hersenen te weinig voeding krijgen, kunnen er epileptiforme aanvallen optreden.
- Intoxicaties
- Meningo-encephalitis (hersenvliesontsteking)
Behandeling
Indien uw hond minder dan eens per 6 weken een aanvalheeft, is een behandeling met medicijnen niet nodig. Treden er echter vaker dan eens per 6 weken aanvallen op, dan is het verstandig een therapie in te stellen. Deze zal voornamelijke bestaan uit behandeling met fenobarbital.
Het doel van deze behandeling is de tijd tussen twee aanvallen te verlengen, de hevigheid van een aanval te verminderen en het voorkomen van clustering en status epilepticus.
Deze dosering is naast het gewicht geheel afhankelijk van hoe uw hond op deze medicijnen reageert. Sommige honden hebben meer of minder van de medicijnen nodig dan een andere hond met hetzelfde gewicht. Het is dus ook belangrijk dat u in de begin periode een goed contact houdt met uw dierenarts en hem of haar eventuele bijwerkingen meldt. Naar aanleiding daarvan kan de dosis voor uw hond worden bijgesteld totdat de juiste dosering is gevonden.
Wat te doen als...
... mijn hond een aanval heeft. Blijf rustig en doe zo weinig mogelijk. U kunt de aanval toch niet meer stoppen. Een tongbeet komt echter zelden voor en het dichtbinden van de bek is derhalve enkel een onnodige belasting voor uw hond. Zorg ervoor dat uw hond zich niet kan bezeren aan meubilair of scherpe voorwerpen.
... mijn hond geopereerd moet worden. Vertel uw dierenarts dat uw hond epilepsie heeft en eventueel medicijnen krijgt. De toediening van de medicijnen mag niet gestaakt worden. Ook bij het nuchter blijven moet uw hond de medicijnen toegediend krijgen. Vraag uw dierenarts rekening te houden met de narcose; een aantal anesthetica kan aanvallen opwekken.
... de aanvallen niet stoppen. Schakel direct diergeneeskundige hulp in! Uw hond kan in een status epilepticus verkeren en niet tijdig ingrijpen kan het leven van uw hond in gevaar brengen! Het is verstandig om een clysma met valium in huis te hebben. Dit kan rectaal toegediend worden en kan de aanvallen couperen. Ga wel meteen daarna naar de dierenarts.
Kennelhoest
Kennelhoest is een zeer besmettelijke infectie van de voorste luchtwegen van de hond. Met voorste luchtwegen worden de luchtpijp en hoofdvertakkingen naar de longen bedoeld. Kennelhoest uit zich door een droge, harde hoest. Ook kunnen lange hoestbuien voorkomen die gepaard gaan met kokhalzen of braken.
Het hoesten kan soms wekenlang aanhouden met als risico dat het chronisch wordt of dat longontsteking als complicatie kan optreden. Met name pups of oudere en zwakke dieren hebben hier een grotere kans op.
Wat is de oorzaak van kennelhoest?
Kennelhoest wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren: virussen, bacterien en stress. De balangrijkste verwekkers zijn de bacterie Bordetella bronchiseptica en het Parainfluenzavirus.
Hoe krijgt mijn hond kennelhoest?
Door verspreiding bij niezen en hoesten en door direct neus- en bekcontact kunnen honden besmet worden met de veroorzakers. Factoren die meespelen in het aanslaan van de infectie zijn infectiedruk en weerstand van de hond. Plekken met een verhoogde infectiedruk zijn hondenuitlaatveldjes, shows, kennels en pensions. Heeft uw hond een verlaagde weerstand door bijvoorbeeld ziekte of ouderdom dan is de kans dat een besmetting tot een infectie leidt ook veel groter.
Symptomen
Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking, met als belangrijkste verschijnsel: een droge schraaphoest, die door de eigenaar van een hond vaak wordt omschreven als 'alsof de hond iets in zijn keel heeft'. Vaak wordt daarmee ook wat slijm opgehoest, meestal gevolgd door kokhalzen, waarna het slijm ingeslikt of eruit gegooid wordt. In het begin van de ziekte kan een hond ook slomer zijn, koorts hebben en minder eten.
Het hoesten kan in de loop van enkele weken vanzelf over gaan, maar er kunnen ook complicaties optreden zoals bronchitis of longontsteking.
*Op de volgende video’s kunt u bekijken voorbeelden van honden met kennelhoest.
http://www.youtube.com/watch?v=Rji69O-KPN8&feature=related
http://www.youtube.com/watch?v=uN3RpoU0qXw&feature=related
Behandeling
Bij milde hoestklachten zonder ziekte bij volwassen jongere dieren kan kennelhoest ook met alleen rust en zonodig een kinderhoest-drankje genezen.
Bij wat ergere hoestklachten, verschijnselen van algemeen ziek zijn, jonge of oude dieren is het vaak nodig om een uitgebreidere behandeling te kiezen.
De behandeling van kennelhoest berust op twee pijlers:
1.- Doorbreken van de vicieuze cirkel
Wanneer de keel en luchtpijp geďrriteerd zijn, leidt dit tot hoesten. Het hoesten leidt vervolgens weer tot irritatie van de luchtpijp, wat er weer voor zorgt dat het hoesten niet stopt. Doorbreken van deze vicieuze cirkel is heel belangrijk. Dit wordt bereikt door:
- Rust
Door opwinding bij spelen en lange wandelingen gaat de hond hijgen, het slijmvlies van de luchtpijp en de keel wordt daardoor droger en daardoor kriebelt de keel meer. Daardoor gaat de hond weer hoesten en blijft de luchtpijp geďrriteerd. Rust is dus erg belangrijk.
- Uitlaten met borstuig
Zeker bij trekkende honden is het heel belangrijk dat u de hond uitlaat met een borsttuig. Daarmee voorkomt u namelijk dat er bij trekken teveel druk op de luchtpijp komt waardoor de hond blijft hoesten en geen rust krijgt.
2.- Medicijnen
- Hoestdranken: om de hoest te onderdrukken om zo de luchtpijp rust te geven.
- Antibiotica : in enkele gevallen zal de dierenarts antibiotica meegeven wanneer er mogelijk een bacteriële infectie in het spel is.
- Ontstekkingsremmers: tegen de zwelling van de luchtwegen
Hoe wordt kennelhoest voorkomen?
Het is mogelijk om door vaccinatie de hond te beschermen tegen kennelhoest.
Deze vaccinatie kan geen 100% bescherming bieden tegen een infectie, omdat er meerdere varianten van verwekkers mogelijk zijn (denk aan het griepvirus bij de mens). Wel lopen gevaccineerde honden veel minder kans op een infectie als ze in aanraking komen met het virus of de bacterie.
Jaarlijkse vaccinatie wordt geadviseerd bij honden die:
- Regelmatig hondenshows lopen en op andere evenementen komen
- Honden die puppietrainingen volgen
- Naar de kennel gaan
Suikerziekte
Introductie
Bij de vertering wordt het voedsel afgebroken tot bruikbare bouwstenen voor het lichaam; koolhydraten worden omgezet in suikers, waarvan glucose de belangrijkste is. Glucose wordt vanuit de darmen opgetrokken om de lichaamcellen te voeden. Dit kan enkel gebeuren dankzij het hormoon insuline.
Insuline wordt geproduceerd in de pancreas/alvleesklier en wordt in het bloed afgegeven.
In de loop van het leven kunnen deze cellen "uitgeput" raken. Dit gebeurt vooral bij dieren waarbij deze cellen erg hard moeten werken. Als er te weinig insuline aktief is, blijft het glucosegehalte in het bloed te hoog en spreekt men van suikerziekte of diabetes.
Symptomen
Als het glucosegehalte in het bloed te hoog ligt, zullen de nieren het teveel aan glucose uit het lichaam verwijderen via de urine. De glucose, die in de urine terechtkomt, neemt extra vocht mee.
Het gevolg daarvan is dat het dier meer urineert en tenslotte ook meer zal drinken. Omdat de glucose, die een belangrijke brandstof voor het lichaam is, nu verloren gaat, zal de hond meer eten en toch gewicht verliezen. Vervolgens worden de dieren minder levendig en kunnen ze uiteindelijk ernstig ziek worden. Hierbij kan ook onomkeerbare blindheid ten gevolge van vertroebeling van de lens (lenscataract) optreden.
De belangrijkste verschijnselen zijn dus:
- Veel drinken en plassen
- Veel eten
- Vermageren
Behandeling
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline. Daarom moet dit tekort dagelijks worden aangevuld met insuline. Als eigenaar van een hond met suikerziekte moet worden geleerd insuline onderhuids te injecteren; dit lijkt eng, maar in de praktijk valt het reuze mee. Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in de voeding belangrijk.
Uw dierenarts zal aan de hand van het gewicht van uw hond een begindosis uitrekenen. Door op vaste tijden na de insulinetoediening het bloedglucosegehalte te meten met behulp van een glucosemeter kan uw dierenarts zien of deze dosis nog moet worden bijgesteld. Dit houdt in dat in de beginperiode het bloedglucosegehalte regelmatig moet worden gecontroleerd.
Als eenmaal de juiste dosis insuline is vastgesteld, zal uw hond snel herstellen. Hij/zij wordt levendiger en het vele drinken en plassen zal afnemen. Ook kan het aantal controles nu worden verminderd. Regelmatige controle blijft echter wel noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig zijn. Als uw hond eenmaal goed is ingesteld, kan hij een normaal leven leiden.
Waar moet u op letten bij het toedienen van de insuline?
- Een aangepaste spuit gebruiken.
- Geen lucht op te trekken in de spuit in plaats van insuline.
- Altijd op dezelfde manier prikken.
- Het insulineflesje in de koelkast bewaren en voor gebruik heel voorzichtig een paar keer omdraaien (niet schudden!).
- Nooit zelf de dosis aanpassen, maar altijd advies vragen aan uw dierenarts.
- Het tijdstip van toediening heel strikt naleven.
Hypoglycemie
Een te laag bloedsuikergehalte kan levensbedreigend zijn. Daarom is het heel belangrijk dat u de verschijnselen herkent: honger, rusteloosheid, trillen of rillen, vreemde bewegingen, evenwichtsstoornissen, bewusteloosheid.
In zo'n geval moet u:
- Zo vlug mogelijk voedsel geven.
- Als uw huisdier niet wil eten, zo snel mogelijk dextrose, druivensuiker of honing op de tong en in de mond wrijven.
- Daarna zo snel mogelijk uw dierenarts contacteren.


Atopie
Definitie
Atopie is een allergie tegen bepaalde stoffen in de omgeving. Voorbeelden zijn grassen, boompollen en huisstofmijt. Deze komen het lichaam binnen via de luchtwegen (inademen) of via de huid (contact). Het principe van atopie is te vergelijken met hooikoorts bij de mens. De symptomen snotteren en niezen komen alleen bij de mens voor.
Bij 75% van de atopische honden beginnen de klachten al op jonge leeftijd (jonger dan 3 jaar). Deze honden hebben steeds last van periodes met jeuk en huidontstekingen.
Bepaalde rassen zijn extra gevoelig: West Highland White Terrier, Cairn Terrier, Jack Russel Terrier, Poedel, Malthezer Leeuwtje, Duitse herder, Boxer, Golden retriever, Labrador retriever.
Atopie kan seizoensgebonden zijn, zoals bij pollen, welke alleen gedurende bepaalde maanden van het jaar in de lucht zitten. Andere zijn het hele jaar aanwezig, zoals stofmijt.
Het is belangrijk om te weten dat atopie bijna nooit helemaal geneest. Meestal is een levenslange behandeling noodzakelijk. Maar met goed onderzoek, een op maat gesneden therapie en een goede begeleiding kunnen de klachten goed onder controle gehouden worden.
Atopie komt ook bij de kat voor, echter in veel mindere mate dan bij de hond.
Symtomen
De belangrijkste klacht bij de hond is heel veel jeuk. Vooral de kop, voetjes, oksels en liezen zijn aangedaan.
De jeuk gaat gepaard met ontsteking, korsten en/of kaalheid.
Als de klachten chronisch worden dan zien we een zwartbruine verkleuring van
de haren (door het likken) .Er treedt ook een verdikking van de huid en kan
zwart verkleuren. Dit noemen we een zogenaamde olifantenhuid.
Omdat de binnenkant van de oorschelp met huid bekleed is, komt nogal eens
een chronische oorontsteking voor (soms zien we dit als enige symptoom
van een atopie).
Diagnose
Een juiste diagnose begint bij een goede anamnese en een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Daarnaast zijn er meerdere mogelijkheden om te testen voor welke stoffen een hond allergisch is:
Bloedtest
In de bloedtest wordt een uitgebreid panel relevante indoor en outdoor allergenen onderzocht. De panels bevatten die allergenen die klinisch relevant en kenmerkend zijn.
Huidtest
Daarbij worden meerdere stoffen in de huid geďnjecteerd en gekeken of er een allergische reactie (zwelling) van de huid optreedt.
Behandeling
Honden met atopie moeten meestal levenslang en met verschillende medicijnen behandeld worden. Dit komt doordat een allergie niet te genezen is; het is wel mogelijk om te proberen de allergie zoveel mogelijk onder controle te brengen zodat de hond er minder last van heeft.
1.- Proberen het contact met de allergenen te vermijden. Dit is een van de meest effectieve vormen van behandeling maar is in veel gevallen niet mogelijk door de hoeveelheid betrokken allergenen.
2.- Hyposensibilisatie: een belangrijk onderdeel van de behandeling is de zg. immunotherapie of hyposensibilisatie. Hierbij proberen we het dier minder gevoelig te maken voor de stoffen waarvoor hij allergisch is (“allergenen”). Dit houdt in dat de hond injecties krijgt met kleine hoeveelheden van de allergenen waar hij positief op heeft gereageerd. Dit gebeurt met een bepaalde regelmaat. Houd er rekening mee dat de hond misschien de rest van zijn leven elke 1-2 maanden een injectie moet krijgen. Omdat hij op deze manier ‘went’ aan de allergenen, kan de allergische reactie verdwijnen! De kans hierop is ongeveer 70%.
Indien u kiest voor de hyposensibilisatie krijgt u een schema waarop staat wanneer de hond injecties krijgt. Het kan een paar maanden tot een half jaar duren voordat u duidelijk een verbetering ziet, dus wees geduldig! Mocht bij de hond de allergie tussentijds even opflikkeren kan hij ter ondersteuning kortdurend medicijnen tegen de jeuk (corticosteroďden) of antibiotica krijgen.
3.- Medicatie: wanneer hyposensibiliseren niet mogelijk of succesvol is, kan gekozen worden voor medicijnen:
3.1.- Corticosteroiden: Ze hebben een bijna gegarandeerd effect, maar in het algemeen ook veel bijwerkingen. Wanneer toch voor deze medicijnen gekozen wordt dan streven we naar een zo laag mogelijke dosering. Wanneer het mogelijk is moet de medicatie gestopt worden.
3.2.- Cyclosporinen (Atopica): Dit middel is een heel selectieve remmer van het immuunsysteem. Het heeft een vergelijkbaar effect als de prednison-achtige medicijnen, maar zonder de bijwerkingen. Het zou dus onze eerste keus moeten zijn. Het is echter een nieuw medicijn en het is daarom, vooral voor de grotere hondenrassen, erg duur.
Ondersteunende maatregelen
- Antibiotica: een zieke huid zal sneller last hebben van bijkomende bacteriele/gist-infecties.
- Shampoos: dit kunnen desinfecterende shampoos zijn (om de bacterien te bestrijden), maar er zijn ook shampoos die de huid in een betere conditie brengen en de jeuk verminderen.
- Omega vetzuren: worden aan de voeding toegevoegd en kunnen de conditie van de huid helpen verbeteren. Op deze manier wordt de barričre voor de allergenen vergroot. Tevens hebben die vetzuren een jeukonderdrukkende werking.




Giardiasis
Introductie
Giardia is een belangrijk oorzaak van diarree die vaak over het hoofd gezien wordt. Giardia is een flagellaat (protozoaire parasiet) en komt wereldwijd bij vele diersoorten voor, onder andere bij de hond, kat en mens.
Na Toxocara (spoelworm) is het de meest voorkomende maagdarmparasiet bij honden (20% van de diarree bij honden wordt veroorzaakt door giardia). Jonge dieren en dieren met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld als gevolg van ziekte, lopen eerder diarree door giardia op dan gezonde volwassen honden. Denk hier aan als u een jong hondje heb opgehaald met diarree en als dit blijft aanhouden ondanks voerveranderingen en medicijnen.
Symptomen
Klinische giardiasis wordt gekenmerkt door chronische, recidiverende diarree. De ontlasting is vaak brijig en er kan slijm of bloed bij zitten. Over het algemeen zijn de besmette dieren misselijk en geven ze makkelijk over. Daarnaast is er sprake van slechte voedselvertering, gewichtsverlies en vermindere vitaliteit. De eetlust blijft echter bijna altijd behouden.
Volwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel periodiek cysten uit en kunnen hierdoor andere dieren besmetten (katten zijn vaak heel belangrijke dragers van deze parasiet).
Diagnose
Het is niet altijd eenvoudig om de diagnose te stellen aangezien een geinfecteerd
dier niet continu cysten uitscheidt en daardoor kunnen we de parasieten met behulp
van een miscroscoop niet altijd vinden
Met de Giardia Snaptest kunnen we eenvoudig, snel en betrouwbaar de juiste diagnose stellen.
De test reageert op DNA deeltjes van Giardia. Je hoeft ze dus niet levend aan te tonen.
Dit is van belang omdat de Giardia snel dood gaat als ze buiten het lichaam komen.
De test kan dus ook op iets oudere ontlasting worden uitgevoerd.
Als u met uw huisdier die diarree heeft langskomt adviseren we altijd om wat van de
dunne ontlasting mee te nemen en liefst zo vers mogelijk.
Behandeling
Als therapie kan er metronidazol of fenbendazol (panacur) gegeven worden. Afhankelijk van de ernst van de klachten zal er voor een van deze midddelen of een combinatie van beide gekozen worden.
Preventie
Giardiasis is een zoonose, het is dus ook voor mensen besmettelijk!
Overdracht vindt plaats via de feacale-orale weg. Dit houdt in dat het dier de cysten uitpoept en dat een ander dier of mens zich hiermee via de mond besmet.
Hygiene is het sleutelwoord bij Giardiasis. Reiniging en desinfectie van vacht, wanden, vloeren, materialen e.d. is essentieel om herbesmetting te voorkomen.

