070 517 65 45
Selecteer een pagina

Parasieten bij hond en kat

Inwendige parasieten, ook wel endoparasieten genoemd, zijn kleine organismen (voornamelijk wormen en protozoa) die in het dier leven (vooral in de darmen, maar ook bijvoorbeeld in het hart en de longen).

Ze komen veel voor bij gezelschapsdieren in Europa en kunnen schadelijk zijn voor zowel dier als eigenaar. Sommige parasieten kunnen namelijk overgedragen worden op de mens (zoönosen), waar ze tot ernstige ziekte kunnen leiden.

De schade die ze bij gezelschapsdieren veroorzaken varieert van relatief onschuldige symptomen tot ernstige ziekte met fatale afloop. De preventie van parasitaire infecties met geschikte geneesmiddelen is de hoeksteen van goede gezondheidszorg van huisdieren, en draagt ook bij aan de volksgezondheid via de preventie van zoönotische parasitaire ziekten bij de mens.

De meeste volwassen endoparasieten zijn groot genoeg om met het blote oog gezien te worden, maar ze kunnen verscholen zijn in het dierenlichaam wanneer ze zich in een inwendig orgaan bevinden.

Darmwormen (Spoelworm, haakworm, zweepworm, lintworm)

Darmwormen kunnen soms gezien worden in de uitwerpselen. De wormeitjes zijn echter microscopisch klein en kunnen niet met het blote oog gezien worden. Ze zijn echter in grote getale aanwezig in de uitwerpselen en kunnen geruime tijd in de omgeving aanwezig blijven (ook na het verdwijnen van de ontlasting) om zo weer nieuwe dieren te besmetten. Darmwormen verstoren de normale darmfunctie en de groei van pup of kitten. Ze kunnen ernstige verschijnselen veroorzaken bij jonge dieren zoals diarree, braken, gewichtsverlies en zelfs de dood. Andere ernstige symptomen kunnen zijn: een “wormbuikje”, lusteloosheid, hoesten en bloedverlies. De ernst van de symptomen is afhankelijk van de wormbelasting en de leeftijd van het dier. Bij volwassen honden en katten verloopt een infectie meestal symptoom loos, maar de dieren scheiden wel grote hoeveelheden wormeitjes uit in de omgeving zodat de hele besmettingscyclus in stand wordt gehouden. Sommige volwassen dieren hebben een wat verminderde conditie, maar de meeste eigenaren zullen zich er niet van bewust zijn dat hun dier besmet is. Bij lintworminfecties kunnen de rijstkorrelvormige lintwormsegmenten in de uitwerpselen worden waargenomen, of de eigenaar merkt lichte verschijnselen van irritatie van de anus: “sleetje rijden”. Omdat veel dieren besmet zijn zonder dat het aan de buitenkant te zien is blijft regelmatige preventie enorm belangrijk.

HARTWORMEN & LONGWORMEN

Deze rondwormen verblijven hun hele volwassen leven in het hart of de longen van honden en katten.

Hartworm (Dirofilaria immitis) is de belangrijkste worm uit deze groep en komt voor in veel Zuid- en Oost-Europese landen (zoals Hongarije). De ziekte (dirofilariose) wordt verspreid door bepaalde muggensoorten, maar aangezien de hartwormlarve een warme zomer nodig heeft om zich in de mug te kunnen ontwikkelen, komt de ziekte voornamelijk voor in een brede zone rond het Middellandse Zeegebied. De opwarming van de aarde is echter gunstig voor de ontwikkeling van de parasiet en ook in meer noordelijke delen van Europa vormt het klimaat geen belemmering meer. Bovendien draagt het toenemend aantal gezelschapsdieren dat mee op vakantie gaat naar zuidelijke Europese landen bij tot een verhoogd risico op besmetting van honden en katten die in andere gebieden wonen.

Longworm komt voor bij honden in bepaalde gebieden van Europa. Deze parasieten brengen een deel van hun levenscyclus door in een slak of naaktslak (de zogenaamde tussengastheer) voordat deze door een hond of kat opgegeten wordt. Bij opname kan de parasiet tot de inwendige organen (vooral de longen) doordringen.

Aandoeningen veroorzaakt door endoparasieten, zoals darmwormen en hartwormen, kunnen eenvoudig voorkomen worden door een regelmatige toediening van anti parasitaire middelen en door hygiënemaatregelen.

Door het wijdverspreid voorkomen van veel van deze endoparasieten, de grote omgevingsbestendigheid (bijv. de eitjes van rondwormen) en het potentiële risico voor de volksgezondheid is regelmatig behandelen/ontwormen van essentieel belang voor alle katten en honden in het gezin.

Ontwormen is de enige manier om darmwormen efficiënt te doden, en dient regelmatig te gebeuren om herbesmetting en besmetting van de omgeving te voorkomen. Veterinaire experts op het gebied van parasitologie adviseren om huisdieren ten minste vier keer per jaar te ontwormen om herbesmetting door de meest voorkomende darmwormen te verhinderen.

De frequentie van het toedienen van wormmiddelen ter preventie van darmworminfecties hangt ook af van de risicofactoren van uw huisdier, zoals leeftijd (puppy’s en kittens zijn vatbaarder), gezondheidstoestand (bijvoorbeeld dracht bij een teef), levensstijl (buitenloop), en voeding (honden of katten die knaagdieren eten of toegang hebben tot rauw vlees of slachtafval). Deze factoren kunnen de kans op besmetting van uw huisdieren beïnvloeden. Afhankelijk van de risicofactoren van uw huisdier zal uw dierenarts het ontwormingsschema aanpassen om aan de specifieke behoeften van uw dier te voldoen, en u adviseren over het juiste product.

Uitwendige parasieten (ectoparasieten) voeden zich met huidschilfers en bloed van huisdieren en kunnen directe schade veroorzaken door bloedverlies en huidirritatie. Daarnaast fungeren talrijke externe parasieten (bijv. teken) als vector van ernstige gegeneraliseerde (systemische) aandoeningen bij dieren ( babesiose, ziekte van Lyme, enz.). Andere parasieten (bijv. Sarcoptes mijten) kunnen ook overgedragen worden op mensen (Sarcoptes-schurft is een zoönose).

De klinische symptomen die het gevolg zijn van een besmetting met een ectoparasiet hangen af van de soort parasiet op de huid van het huisdier. Symptomen die het gevolg kunnen zijn van externe parasieten als vlooien, mijten, en teken zijn onder andere:

krabben, jeuk

schuren

zo hard aan de eigen huid bijten dat er wonden ontstaan (“automutilatie”)

haaruitval

slechte vachtconditie

Als deze verschijnselen optreden, dan moet een dierenarts geraadpleegd worden.

Het is ook mogelijk dat uw dier geen enkel symptoom van een ectoparasitaire besmetting vertoont. Het enige zichtbare verschijnsel kan dan een teek zijn die zich heeft aangehecht op de huid van uw hond. De teek dient echter toch snel verwijderd te worden om door teken overgedragen ziektes te vermijden.

Uw dier kan ook klinische symptomen vertonen van een systemische ziekte die overgedragen is door een teek of zandvlieg (babesiose, ehrlichiose, leishmaniose, enz.). Wanneer er ziektesymptomen optreden, moet altijd een dierenarts geraadpleegd worden.

Het voorkómen van ectoparasieten is van essentieel belang. De eenvoudigste manier om het risico op een teken- en vlooienbesmetting te verminderen, is door regelmatig gebruik te maken van geneesmiddelen die ontwikkeld zijn om deze besmettingen te voorkomen. Medicijnen zorgen voor een effectieve bestrijding van bestaande besmettingen en voorkomen nieuwe. De meeste middelen voor honden en katten zijn beschikbaar via de dierenarts, die u professionele informatie kan geven over de gezondheid en het welzijn van uw dier en u kan adviseren over de preventie van besmettingen met de verschillende ectoparasieten.