Buitenland

Veel mensen nemen tegenwoordig hun hond mee op vakantie, en soms gaat ook de kat mee op reis. Dat is – wanneer het type vakantie dat toelaat – natuurlijk prima, maar er zijn wel een paar belangrijke zaken waaraan in de voorbereiding aandacht besteed moet worden.

A.- Reizen

Als gereisd gaat worden met trein of vliegtuig moet ruim van tevoren worden gekeken naar de vervoersvoorwaarden voor hond of kat. Zo moet vaak voor bepaalde modellen transportkooien worden gezorgd, en stelt een maatschappij bovendien vaak eisen aan grootte of gewicht van het huisdier (voor tips over het reizen met uw dier met vliegtuig click hier).


Wanneer gereisd wordt met de auto moet voor huisdieren een plek worden ingeruimd die niet alleen voldoende ruimte biedt, maar ook zo veilig mogelijk is in geval van een eventuele noodstop. Sommige dieren hebben last van wagenziekte, maar in overleg met de dierenarts kunnen daarvoor passende tabletten worden gebruikt.
Het grootste directe gezondheidsrisico in de auto is echter oververhitting. Honden en katten zijn voor hun warmteregeling afhankelijk van verdamping via de tong (d.m.v. hijgen) en kunnen niet transpireren. In een kleine ruimte zoals een auto kunnen honden en katten relatief snel oververhit raken, met als ernstigste gevolg een vaak fataal aflopende hitteberoerte. Zorg dan ook voor voldoende ventilatie en laat huisdieren nooit in de auto achter, ook niet als het naar menselijke maatstaven niet zulk warm weer lijkt te zijn.


B.- Vaccinaties en documenten


1.- Voor het verkeer tussen de EU landen gaat het volgende gelden:
Vanaf 3 juli 2004 gelden voor het vervoer van honden, katten en fretten binnen de Europese Unie de volgende algemene regels:
·De dieren moeten in het bezit zijn van een paspoort volgens Europees model
·De dieren moeten gevaccineerd zijn tegen Rabiës
·De dieren moeten geïdentificeerd zijn.

EU-paspoort
Het paspoort vervangt vanaf 3 juli 2004 alle in Nederland reeds bestaande reisdocumenten die gebruikt worden voor het vervoer van dieren naar het buitenland. Er is wel een overgangsregeling voor de huidige in omloop zijnde documenten; dieren die voor 3 juli zijn gevaccineerd en in bezit zijn van een geldig rabiëscertificaat kunnen dit gewoon gebruiken
De oude paspoorten hoeven niet ingenomen te worden. De nog geldige vaccinaties en behandelingen kunnen schriftelijk overgezet worden door uw dierenarts in het nieuwe paspoort. Het is verstandig het oude vaccinatieboekje te bewaren.

Vaccinatie tegen Rabiës
Het dier moet gevaccineerd zijn tegen Rabiës met een in Nederland geregistreerd vaccin volgens het vaccinatieschema van de producent. Er is in de verordening niet specifiek aangegeven op welke termijn voor vertrek dit dient te gebeuren. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde adviseert haar leden de termijn van minimaal 30 dagen voor vertrek aan te houden.

Identificatie
Een identificatie is verplicht. Dit kan door middel van een microchip, het nummer van de microchip moet in het paspoort worden vastgelegd.
Naast een identificatie en vastlegging daarvan in het paspoort is een registratie bij een centrale databank aan te bevelen, wat wij automatisch voor u verzorgen.

Harmonisatie
In principe vervallen per 4 april 2004 alle overige regels voor het niet-commercieel vervoer van honden, katten en fretten binnen de EU. Aanvullende gezondheidsverklaringen en dergelijke zijn dus niet meer nodig.

Groot-Brittannië, Ierland, Zweden

Deze landen zijn wel lid van de EU maar mogen (voorlopig nog vijf jaar) aanvullende eisen stellen. Dit houdt in dat voor die landen een Rabiës-titerbepaling vereist is om aan te tonen dat het dier gevaccineerd is. Die test moet binnen de door de nationale regelgeving vastgestelde termijnen zijn uitgevoerd.
Groot-Brittannië en Ierland: eerst chip aanbrengen en vaccineren tegen rabiës, dan pas na één maand mag bloed worden afgenomen en pas na 6 maanden ná de bloedafname van het bloed mag uw dier op reis. Wel moet binnen 48 uur vóór vertrek een behandeling tegen teken en lintworm door de dierenarts plaatsvinden.
Zweden en Noorwegen: eerst chippen en vaccineren, dan pas na vier maanden bloed afnemen. Als de uitslag van de bloedtest binnen is mag uw dier mee. Wel moet er binnen 10 dagen vóór vertrek een behandeling tegen lintworm plaatsvinden door uw dierenarts. Daarna zou er na 10-14 dagen in Zweden een herhaling daarvan door een Zweedse dierenarts moeten plaatsvinden.
Jonge dieren worden pas tot deze landen toegelaten als ze aan bovengenoemde eisen kunnen voldoen. In de praktijk betekent dit dat dieren jonger dan 8 tot 10 maanden niet worden toegelaten.

Dieren jonger dan drie maanden
Wanneer dieren jonger dan drie maanden op reis in de EU gaan, hoeven ze niet gevaccineerd te zijn. Wel moet de eigenaar dan aan kunnen tonen dat het jong tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met Rabiës.
Het jonge dier mag ook de grens over wanneer het vergezeld wordt door de moeder van wie het nog afhankelijk is.
Het is aan de lidstaten zelf om te bepalen of ze dieren jonger dan drie maanden toelaten. Op dit moment is de verwachting dat Groot-Brittannië, Ierland, Zweden en Frankrijk ze niet toe zullen laten. Nederland zal dieren jonger dan drie maanden onder bovenvernoemde voorwaarden waarschijnlijk wel toelaten.

2.- Niet-EU-landen
Wie vanuit Nederland met een huisdier op vakantie gaat naar een land dat geen lid is van de EU dient vóór vertrek een rabiëstiter te laten bepalen en dit door de dierenarts op te laten tekenen in het paspoort. Als daarna jaarlijks (volgens de bijsluiter van het vaccin) hervaccinatie plaatsvindt, is dit maar één keer nodig.


Hier treft u de invoereisen van een bepaald land: lees verder.



C.- Dieet en medicijnen

Wanneer een hond of kat dagelijks medicijnen moet innemen, of op een speciaal dieet staat moet een voldoende grote voorraad daarvan worden meegenomen. Het is lang niet altijd zeker dat dierenartsen in het buitenland over dezelfde producten beschikken. Houd ook rekening met de bewaarmogelijkheden op reis en op de vakantiebestemming: vooral afwijkende temperatuur en luchtvochtigheid kunnen de kwaliteit van medicijnen of dieet zeer negatief beïnvloeden. Neem bij twijfel dan ook contact op met de dierenarts, die daarover passende adviezen kan geven.
Zorg ervoor dat naam en dosering van medicijnen goed leesbaar op de verpakking staan, en vraag de dierenarts eventueel om een passende vertaling zodat er bij onverwacht dierenartsbezoek in het buitenland geen misverstanden kunnen ontstaan. Bij huisdieren met een wat uitgebreidere ziektegeschiedenis is het verstandig een korte samenvatting daarvan mee te nemen: indien mogelijk in de taal van het vakantieland, maar in ieder geval in het Engels.
Tenslotte is het altijd verstandig om van tevoren met de dierenarts te overleggen of reeds bestaande aandoeningen niet zouden kunnen verergeren door het reizen, of bijv. door de klimatologische omstandigheden in het land van bestemming.

D.- Ziektepreventie

Wanneer huisdieren worden meegenomen naar het buitenland kunnen zij besmet raken met bepaalde parasitaire aandoeningen die daar inheems zijn, maar in Nederland niet aanwezig zijn. Hoewel nooit alle risico’s weggenomen kunnen worden zijn er inmiddels voor de drie belangrijkste aandoeningen die ten zuiden van ons land voorkomen redelijke tot goede preventieve mogelijkheden. Het gaat daarbij om hartworm, babesiose en leishmaniose.
Het is dan ook zeer belangrijk om de benodigde en beschikbare maatregelen tijdig met de dierenarts te bespreken; een goed moment daarvoor is het bezoek i.v.m. de voor het buitenland noodzakelijke rabiësvaccinatie.

Hartworm: verschijnselen en preventie
De belangrijkste hartworm, die luistert naar de naam Dirofilaria immitis, zorgt in Europa voor steeds meer problemen. Beneden de lijn Parijs – Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de zuideuropese landen volledig vrij van hartworm. Honden en katten raken, als ze worden gestoken door bepaalde muskietensoorten, besmet met de larfjes van deze hartworm. Dergelijke larfjes worden microfilariën genoemd. Binnen enkele maanden kunnen die larfjes uitgroeien tot volwassen wormen van meer dan 20 cm. lang, die verblijven in het hart of in de longslagaders. Deze volwassen wormen produceren vervolgens niet alleen weer duizenden nieuwe larfjes, maar zorgen ook voor ernstige klachten. Er kunnen soms wel tientallen wormen aanwezig zijn, die bovendien jarenlang in leven blijven.

Wanneer met bepaalde middelen geprobeerd zou worden die wormen te doden (zoals we gewend zijn te doen bij bijvoorbeeld lintwormen en spoelwormen) kunnen er gevaarlijke complicaties ontstaan. Bij het doden van hartwormen kunnen namelijk wormrestanten in de bloedbaan gaan circuleren en zo zorgen voor een levensbedreigende ‘embolie’. Deze restanten lopen vast in kleinere bloedvaten, waardoor de bloedvoorziening van bepaalde weefsels blokkeert en er infarcten kunnen ontstaan. Daarom geldt hier nog sterker als anders het bekende gezegde: voorkomen is beter dan genezen.

In die gebieden waar met hartwormlarfjes besmette muskieten leven is het dan ook essentieel om honden en katten preventief te behandelen. En omdat je nooit kunt voorkomen dat huisdieren worden gestoken door muskieten gebruikt men daarvoor dus middelen die er voor zorgen dat alle hartwormlarfjes die het lichaam binnenkomen meteen worden gedood, voor ze kunnen uitgroeien tot volwassen worm. Deze preventie is niet alleen belangrijk voor honden en katten die in besmette gebieden leven, maar ook voor dieren die daar op vakantie met hun eigenaren naar toe gaan. En aangezien de besmetting voorkomt in veel van de meest populaire vakantiegebieden is het bijzonder makkelijk dat dierenartsen in Nederland nu de beschikking hebben over geregistreerde middelen om honden en katten veilig en effectief te beschermen tegen infecties met hartworm.

Babesiose: verschijnselen en preventie
Babesiose is een bloedziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet die in de rode bloedcellen leeft, Babesia canis. Bepaalde tekensoorten vormen de overbrenger van de infectie, zodat het risico om besmet te worden gebonden is aan het gebied waar deze besmette teken voorkomen. Vroeger ging het daarbij alleen om het Middellandse Zee gebied, maar inmiddels heeft gestage uitbreiding naar het Noorden plaatsgevonden. De rand van het gebied ligt momenteel ongeveer ter hoogte van de Belgisch-Franse grens, maar er zijn de afgelopen jaren ook besmettingen gemeld die ontstaan zijn in België. En in de zomer van 2004 hebben zich zelfs enkele gevallen voorgedaan in Nederland bij honden die niet buiten onze landsgrenzen waren geweest.

Katten zijn niet gevoelig voor deze infectie, maar honden worden ernstig ziek. Er vindt een snelle bloedafbraak plaats, en de urine wordt vaak rood tot roodbruin van kleur door de uitscheiding van afvalstoffen van deze bloedafbraak. Daarnaast krijgen de dieren o.a. hoge koorts. Er zijn medicijnen beschikbaar, maar desondanks is – vooral bij het niet tijdig ontdekken van de infectie – het sterfterisico groot.

Om dergelijke problemen te helpen voorkomen zijn er in grote lijnen twee mogelijkheden: tekenbestrijding en vaccinatie. Om met het laatste te beginnen: er bestaat een vaccin tegen babesiose, dat ook in Nederland op de markt is. Het is echter erg duur, en sommigen zetten vraagtekens bij de werkzaamheid en de veiligheid. Het kan zeker een bijdrage aan de preventie leveren, maar de dierenarts beschikt over alle informatie om per geval een afweging te kunnen maken of vaccinatie al of niet zinvol is.
Een goede tekenbestrijding is essentieel, maar helaas niet altijd even makkelijk. Er zijn diverse middelen beschikbaar, o.a. sprays, spot-on’s en banden, maar de effectiviteit is niet 100%. Vooral het tempo waarin een eenmaal aangehechte teek dood gaat speelt daarbij een rol. Het duurt naar wordt aangenomen minimaal 24 uur voordat een teek, na zich te hebben vastgebeten, de Babesia parasiet in het lichaam van zijn slachtoffer gaat uitscheiden. Omdat niet alle teken altijd binnen die 24 uur gedood zullen worden is en blijft het belangrijk om zichtbare teken direct te verwijderen. Bij de dierenarts zijn speciale tekenpincetten verkrijgbaar waarmee een teek simpel en veilig verwijderd kan worden. Vooraf verdoven van de teek is niet nodig, en kan zelfs een risico inhouden omdat de teek als reflex extra maagdarminhoud in het lichaam van zijn slachtoffer kan spugen.

Door de combinatie van een anti-teken-middel en het consequent verwijderen van zichtbare teken (eventueel aangevuld met een vaccinatie) kan het risico om babesiose op te lopen zeer sterk worden verkleind. Het blijft echter aan te raden om bij verdachte symptomen direct een dierenarts te bezoeken.

Leishmaniase: verschijnselen en preventie
Leishmaniase wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania donovani, een infectie die binnen Europa in toenemende mate wordt aangetroffen in de landen rond de Middellandse Zee. Overbrengers van de parasiet zijn zandvliegjes van de soort Phlebotomus: het gebied waar dieren besmet kunnen raken is dus gebonden aan het voorkomen van deze zandvliegjes. Honden (en soms ook mensen) zijn gevoelig voor de parasiet, bij katten worden nauwelijks problemen gezien.
Het kan geruime tijd duren voordat een besmette hond daadwerkelijk verschijnselen gaat vertonen: minimaal een maand, maar soms wel vele jaren. Er bestaat een huidvorm van de ziekte, en een algemene vorm. Mogelijke huidverschijnselen zijn schilfering, kaalheid, kleine korstjes en soms wat grotere knobbels in de huid. Jeuk treedt daarbij vrijwel nooit op. Bij de algemene vorm worden ook inwendige organen aangetast zoals lever, milt en nieren. Er bestaan enkele medicijnen tegen de parasiet, maar bijwerkingen komen regelmatig voor. Bovendien leidt behandeling zelden tot genezing: hoewel de problemen vaak een tijd lang onder controle gehouden kunnen worden zijn de uiteindelijke vooruitzichten slecht.

Een vaccin tegen de ziekte bestaat nog niet, dus de enige preventie is er voor te zorgen dat honden niet door zandvliegjes worden gebeten. Overdag houden deze zandvliegjes zich verscholen, maar rond zonsondergang komen zij tevoorschijn; het kan dus zinvol zijn honden vanaf dat moment zo veel mogelijk binnen te houden. Daarnaast heeft de dierenarts tekenbanden beschikbaar die ook bescherming bieden tegen zandvliegjes.

WELKOM op de website van Dierenkliniek Statenlaan en Dierenkliniek Ter Weerlaan