"Meebrengen van zwerf- en asieldieren uit andere landen: niet doen!"
(07/08/2008)(Bron: www.dier-en-arts.nl)
Veel vakantiegangers worden op hun vakantiebestemming geconfronteerd met zwerfdieren. Een bekend voorbeeld is het grote aantal honden dat in Zuid Europa na het ren- en jachtseizoen op straat belandt en dan een zwervend bestaan leidt. Soms wordt besloten een zwerf- of asieldier mee te nemen naar Nederland of België om het dier bij ons een fijner dierenleven als huisgenoot te geven. Er zijn ook veel organisaties die begaan zijn met het lot van zwerfdieren of dieren in buitenlandse opvangcentra. Zij halen dieren naar Nederland of België en plaatsen die door middel van adoptieprogramma’s bij adoptiegezinnen.
Het is begrijpelijk dat het leed van zwerf- en asieldieren veel mensen raakt. Desondanks raden diverse partijen uit de gezelschapsdierenbranche het meebrengen van zwerf- en asieldieren uit vakantielanden naar Nederland of België ten zeerste af.
De eerste reden hiervoor is dat dieren die afkomstig zijn uit het buitenland vaak infecties bij zich dragen die gevaarlijk zijn voor mens én huisdier. Voorbeelden van dergelijke ziekten bij honden zijn babesiose en ehrlichiose. Deze ziekten worden overgebracht door teken die tegenwoordig ook in Nederland en België voorkomen, waardoor verspreiding van de ziekte ook hier kan plaatsvinden. Om import van dergelijke ziekten, en verdere verspreiding te voorkomen, is het belangrijk dat de dieren vrij zijn van deze ziekten voordat ze mee komen. In de meeste gevallen wordt dit niet gecontroleerd. Wordt bij thuiskomst duidelijk dat het dier drager is van de infectie, dan kan het heel lastig zijn om het weer beter te maken.
Een tweede reden is dat sommige ziekten van dieren op mensen worden overgedragen. Deze ziekten worden ook wel zoönosen genoemd. Een bekend voorbeeld is hondsdolheid, ook voor mensen een potentieel dodelijke ziekte. In 2007 werd in België hondsdolheid vastgesteld bij een jonge hond die ingevoerd zou zijn vanuit Marokko en niet gevaccineerd en gechipt was. In 2008 werd in Frankrijk hondsdolheid vastgesteld bij een hond die eveneens afkomstig was uit Marokko. Dat hondsdolheid een actuele bedreigende ziekte is blijkt wel uit het feit dat op 25 april 2008 in het Verenigd Koninkrijk een pup is overleden aan deze ziekte. De pup maakte onderdeel uit van een nest pups dat door een stichting uit Sri-Lanka was geïmporteerd. Men heeft de overige pups inmiddels laten inslapen en de verzorgers staan onder medische behandeling.
Een ander voorbeeld is echinococcose. Zoönosen zijn niet altijd direct herkenbaar. En dat kan een onaangename verrassing voor zijn nieuwe houder betekenen.
De derde reden waarom het meebrengen van (zwerf- en asiel-)dieren uit vakantielanden met klem wordt afgeraden is dat veel van deze dieren slecht gesocialiseerd zijn. Eenmaal bij ons blijken ze dan bijvoorbeeld onzindelijk te zijn, slecht te luisteren of angstig gedrag te vertonen. Deze dieren worden daarom dikwijls al korte tijd na terugkomst in Nederland of België naar een asiel gebracht. Het zwerf- of asieldier dat met goede bedoelingen werd meegenomen vanaf de vakantiebestemming naar huis, werd thuisgekomen dus niet die gezellige huisgenoot die men voor ogen had.
De vierde reden is dat het weghalen van honden uit een slechte situatie, de situatie zelf niet oplost. Zolang de honden ter plekke zich blijven voortplanten, en de plaatselijke bevolking de honden niet verzorgt, zullen er altijd verwaarloosde zwerfhonden worden aangetroffen op deze locaties.
Ten slotte zijn de diverse partijen uit de gezelschapsdierenbranche van mening dat het ‘redden van zielige honden’ geen goede reden is om een hond te nemen. Deze impulsaanschaf valt niet onder het door hen voorgestane ‘verantwoord hondenbezit’. Verantwoord hondenbezit wil onder andere zeggen dat goed over de aanschaf van de hond wordt nagedacht, dat de aspirant-hondenbezitter zich bewust is van zijn/haar verantwoordelijkheden en dat op basis van deugdelijke informatie een hond wordt uitgezocht die bij de gezinssituatie past.
Het advies is dus: Neem geen zwerf- en asieldieren uit het buitenland mee naar huis! Als men toch iets wil doen voor zwerf- of asieldieren uit het buitenland, dan kan men bijvoorbeeld geld of voeding schenken aan een dierenbeschermingsorganisatie ter plaatse. Deze organisaties maken gebruik van castratieprogramma’s, waardoor de problematiek ter plaatse wordt aangepakt.
Dit gezamenlijke advies met betrekking tot het meebrengen van nieuwe huisdieren uit vakantielanden wordt gegeven door het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG), Dibevo, Dierenbescherming, Faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), Hondenbescherming, Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Platform Verantwoord Huisdierenbezit, Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en SAVAB-Flanders (Small Animal Veterinary Association Belgium).
*Wilt u meer weten over het reizen met dieren (vaccinaties, documenten, ziektepreventie, vliegtuig tips,etc)? Kijk dan hier op onze website.
Pers en Media: "Het oude poezebesje"
(31/07/2009)(Bron: Tijdschrijft Dierenambulance Den Haag E.O.)
Door Else de Klerk-Dijkman
Voor de ouder wordende hond zijn er tegenwoordig allerlei ‘speciale’ consulten en aandachtspunten, terwijl katten ouder worden en er minstens net zoveel mogelijkheden zijn om deze senioren nog te ondersteunen en hun kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk te maken.
In de praktijk komen we vaak oudere katten tegen, waarvan de eigenaren al langer denken dat ze te oud zijn om nog wat aan te doen. Veel ‘problemen’ worden geweten aan ouderdom, terwijl ouderdom GEEN ZIEKTE is, maar net als bij mensen met gebreken komt. Eigenaren beseffen niet dat er hulp geboden kan worden en dus gebeurt er niets totdat het dier echt niet meer kan en mensen voor een laatste bezoek naar de dierenarts gaan. Die ziet zich dan geconfronteerd met een dier, waar in een iets eerder stadium de mogelijkheden om nog iets aan ondersteuning te bieden, hadden kunnen worden besproken. Maar op het moment van het bezoek is het eigenlijk al te laat. En dat is jammer en frustrerend, want ook voor dierenartsen is het doen van een euthanasie niet leuk. Katten kunnen minstens 17-18 jaar worden en met goede zorg en ondersteuning zijn er meer die we de mogelijkheid kunnen geven deze leeftijd op een dierwaardige manier te halen.
Veel van de bij oudere katten voorkomende problemen ontstaan geleidelijk en het waarnemen ervan is daarom moeilijk.
Een jaarlijkse controle (met of zonder vaccinatie) kan sommige aandoeningen vroeg aan het licht brengen, op een moment dat er nog prima ondersteunende maatregelen genomen kunnen worden. Wat niet wil zeggen dat dit bij iedere patient het gewenste resultaat heeft, helaas. Maar het op tijd onderkennen van een probleem geeft in elk geval de mogelijkheid om nog iets te doen of duidelijkheid voor de eigenaar (en dierenarts) en de mogelijkheid zich voor te bereiden op wat er komen gaat.
Wat zijn de dingen die bij de oudere katten problemen gaan geven en waar we ze als eigenaren en dierenartsen bij kunnen helpen? Met andere woorden: waar moeten eigenaren van ouder wordende katten opletten?
Algemene verzorging:
-nagels die ingroeien, waardoor lopen moeizaam gaat en pijnlijk is
-gebitten die helemaal vol zitten met tandsteen, waardoor de dieren stinken en niet meer smakelijk kunnen eten en wat soms het gevolg is van een onderliggende ziekte
-klitten in de vacht, die jeuken en problemen geven aan de onderliggende huid
-enten om de algemene weerstand een handje te helpen en tijdens de controle die vooraf gaat aan de enting kunnen bovenstaande punten direct bekeken en vaak verholpen worden
Ziektekundige problemen:
1.- Afvallen (met of zonder (verhoogde) eetlust)
2.- Veel drinken en plassen
3.- Incontinentie
4.- Veel meer en harder gaan miauwen
5.- Meer braken
6.- Minder lopen en niet goed meer kunnen springen
Thuis kunnen veel van deze punten al opvallen. Op dat moment is het verstandig contact op te nemen met de dierenarts om te overleggen wat de mogelijkheden zijn. Een uitgebreid lichamelijk onderzoek kan sommige aandoeningen al aan het licht brengen. Aanvullend kan er bloedonderzoek gedaan worden om te proberen uit te vinden met welke aandoening we te maken hebben. Dit is voor de meeste katten een kleine ingreep, waar de dieren niet voor onder narcose hoeven.
1.- Afvallen is eigenlijk een gevolg van veel van de aandoeningen die gezien worden bij de ouder wordende kat. Vaak is echter het afvallen het eerste symptoom wat we kunnen vaststellen als de kat regelmatig gewogen wordt. We denken aan oorzaken, waardoor de dieren langzaam ‘slijten’, zoals nierproblemen, chronische ontstekingen of verschillende vormen van kanker. Als het afvallen samen gaat met een goede eetlust denken we eerder aan suikerziekte en een te snel werkende schildklier.
Nierproblemen kunnen ondersteund worden met speciale voeding, met medicijnen die de misselijkheid minder maken en medicijnen, die de gifstoffen die niet goed meer uitgescheiden worden door de nieren helpen ‘weg te vangen’. Chronische ontstekingen worden veelal met antibiotica en ontstekingsremmers behandeld. Kanker is net als bij mensen een vaak niet te behandelen aandoening, maar in sommige gevallen van kanker is er heel veel mogelijk om te kanker te remmen of zelfs (tijdelijk) te doen genezen. De bestaande chemotherapie wordt door dieren veelal veel beter verdragen dan door mensen. Deze behandeling vindt op speciale plaatsen in Nederland plaats. Suikerziekte is ook bij katten vergelijkbaar met de ziekte bij de mens, alleen zijn er voor katten nog geen pillen beschikbaar tegen diabetes, maar de dieren moeten injecties met insuline krijgen om hun suikerspiegel goed te reguleren. Dit lijkt heel eng, maar de meeste mensen wennen er snel aan en voor de katten wordt het leven bijna weer als vanouds. Een te snel werkende schildklier (hyperthyreoidie) is een aandoening waarbij de ‘motor’ van de kat te snel werkt: de katten zijn vaak nog lekker (hyper)actief, drinken veel, plassen veel, eten veel en het valt dus niet echt op dat ze ziek zijn. Ze vallen echter flink af en door die te snel werkende motor slijt de rest van het lichaam ook veel sneller dan normaal (met name het hart is hier de dupe van). We willen die schildklier zo snel mogelijk weer op normale snelheid laten draaien en dit kunnen we doen door middel van tabletten. Ook zijn er ingewikkelder therapien mogelijk, waardoor er niet dagelijks pillen gegeven hoeven te worden. Dit allemaal in overleg met de dierenarts.
2.- Veel drinken en veel plassen wordt vaak gezien bij ouder wordende katten. Er is een hele lange lijst met oorzaken voor dit probleem. Een aantal zijn hierboven al genoemd: suikerziekte, nierproblemen, een te snel werkende schildklier (hyperthyreoidie), maar ook hartproblemen en leverproblemen geven veel drinken en veel plassen. Voor de meeste van deze aandoeningen zijn ondersteunende maatregelen mogelijk, bv een verandering van voer of het geven van medicatie. Er wordt gezocht naar de opties die voor het desbetreffende dier het beste zijn en die ook nog uitgevoerd kunnen worden door de eigenaren.
3.- Incontinentie is een vervelend probleem en voor veel mensen een reden om zich snel bij de dierenarts te melden. Heel verstandig, want als katten eenmaal de ‘gewoonte’ hebben om naast de bak te plassen of poepen, is het vaak moeilijk om dit weer terug te draaien. De oorzaak kan op meerdere plaatsen liggen en het is zaak hier zo snel mogelijk achter te komen. Veranderend gedrag, dementie, de blaas, spierzwakte, pijn zijn allemaal mogelijke oorzaken. Goede observatie thuis is belangrijk voor het stellen van de juiste diagnose door de dierenarts. Het gedrag is soms moeilijk te beïnvloeden, maar als we te weten kunnen komen waardoor het gedrag anders is, kan er soms nog iets gedaan worden. Dementie is net als bij mensen een wisselend probleem, waar we geen definitieve behandeling voor hebben, maar er zijn wel medicijnen op de markt, waar we soms verbetering van de situatie mee kunnen krijgen. De blaas is een bekend ‘probleem’ orgaan bij katten en door onderzoek van urine en de blaas zijn vaak oorzaken te vinden, die we kunnen behandelen. Spierzwakte en pijnlijkheid komen veel voor bij ouder wordende dieren en spierversterkers en pijnstilling geeft goede resultaten als hier de oorzaak van het probleem ligt.
4.- Veel en harder miauwen is ook een lastig probleem, waar mensen vooral ’s nachts last van kunnen hebben. Dementie, doofheid en een te snel werkende schildklier zijn meestal de oorzaken. Doofheid is helaas niet te behandelen bij de oudere katten…., dementie is soms iets te verminderen en de schildklier is goed te remmen door medicatie (zie boven).
5.- Braken is iets wat katten vaak met enige regelmaat doen, maar soms wordt het vaker als de dieren ouder worden. Voeding, problemen aan de maag/darmen, nieren of een te snel werkende schildklier liggen hier mogelijk aan ten grondslag. Het tijdstip van braken, wat eruit komt en hoe vaak er gebraakt wordt en het wel of niet hebben van eetlust kan allemaal helpen bij het stellen van de juiste diagnose. Soms is er aanvullend bloedonderzoek nodig. Qua voeding is een simpel lichter verteerbaar voer soms een goede oplossing. Andere maagdarmproblemen vragen iets meer onderzoek en meestal zijn er medicijnen nodig om deze problemen te behandelen. Nieren en schildklier zijn hierboven al besproken.
6.- Het minder lopen en niet goed meer kunnen springen wordt vaak veroorzaakt door slijtage aan het skelet. Bij katten wordt dit probleem op dit moment erg onderschat. Een röntgenfoto kan de plaatsten waar de slijtage aanwezig is in beeld brengen en afhankelijk van de lokalisatie, kan er een voeding geadviseerd worden met toevoegingen van stoffen die gewrichten en botten ondersteunen of kunnen er ontstekingsremmers/pijnstillers gegeven worden.